Sinds 1 januari is de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen een realiteit geworden voor tienduizenden mensen in België. Ze wordt voorgesteld als een antwoord op budgettaire beperkingen, maar verandert het evenwicht van de sociale bescherming ingrijpend. Door een recht dat een essentieel vangnet vormde in de tijd te beperken, verdwijnen de moeilijkheden die met werkloosheid gepaard gaan niet: ze worden verplaatst. Deze verschuiving zal zichtbare gevolgen hebben qua bestaansonzekerheid en het risico op dakloosheid.
Hervorming van de werkloosheid in België: beperking van de uitkeringen tot 2 jaar
De hervorming voorziet voortaan een maximale duur van twee jaar voor werkloosheidsuitkeringen. Personen die na deze periode geen werk hebben gevonden, moeten zich wenden tot het OCMW om een leefloon of een gelijkwaardige steun aan te vragen, op voorwaarde dat zij aan de vereiste voorwaarden voldoen. Volgens de OCMW’s zullen tegen juli 2027 ongeveer 190.000 mensen worden getroffen, waarvan ongeveer 42.000 in Brussel en 80.000 in Wallonië.
Op 1 januari 2026 treft de eerste uitsluitingsgolf personen met meer dan 20 jaar werkloosheid en mensen die langer dan een jaar een inschakelingsuitkering ontvangen, samen meer dan 20.000 personen volgens de RVA. Het gaat om 16.000 mensen in Wallonië en 4.000 in het Brussels Gewest.
Er zijn nog vier bijkomende uitsluitingsgolven gepland.
Einde van de uitkeringen: overstap naar het OCMW en toenemende bestaansonzekerheid
Het stopzetten van de uitkeringen betekent geen onmiddellijke integratie op de arbeidsmarkt. Het leidt in de eerste plaats tot een plotse inkomensdaling en tot grotere bestaansonzekerheid. De overstap naar het OCMW gaat vaak gepaard met lagere bedragen, complexe administratieve procedures en een strengere controle van de levensomstandigheden.
Op het terrein stellen de OCMW’s nu al een aanzienlijke toename van het aantal aanvragen vast. In Brussel is het aantal leefloonbegunstigden in tien jaar tijd verdubbeld, zonder een evenredige versterking van de teams of de middelen.
Deze overbelasting heeft concrete gevolgen: vertragingen in de behandeling van dossiers, moeilijkheden om wettelijke termijnen te respecteren en een toename van noodsituaties. Verschillende OCMW’s worden geconfronteerd met gerechtelijke klachten wegens deze vertragingen, wat wijst op een systeem dat al zwaar onder druk stond vóór de inwerkingtreding van de werkloosheidshervorming.
Daarnaast zal bijna de helft van de 42.000 betrokken personen in Brussel – zo’n 42% – waarschijnlijk geen recht hebben op OCMW-steun, waardoor zij zonder enig inkomen dreigen te vallen.
Risico op dakloosheid: inkomensverlies, uithuiszettingen en ontoereikende huisvesting
Voor iedereen – en in het bijzonder voor alleenstaanden of mensen zonder sociaal netwerk – kan het verlies van een stabiel inkomen snel leiden tot slechte of geen huisvesting. Huurachterstanden, uithuiszettingen en precaire opvang zijn trajecten die goed gekend zijn bij verenigingen en sociale diensten.
De OCMW’s vormen vaak het laatste vangnet vóór de straat. Hen herleiden tot loutere uitvoerders van de werkloosheidshervorming, zonder voldoende middelen, betekent dit vangnet verder verzwakken.
OCMW’s onder druk: ontoereikende middelen tegenover sociale urgentie
De federale regering heeft bijkomende financiering aangekondigd om de impact van de hervorming op de OCMW’s te compenseren. Op het terrein worden deze middelen echter als ruim onvoldoende beschouwd.
Achter de cijfers en het discours rond activering stelt zich een fundamentele vraag: wat gebeurt er wanneer het laatste sociale vangnet onder spanning komt te staan, of zelfs scheurt? Zonder een massale investering in sociale begeleiding, zonder een ambitieus huisvestingsbeleid en zonder een structurele versterking van de OCMW’s dreigt de beperking van de werkloosheidsuitkeringen te leiden tot diepere precariteit en een toename van dakloosheid.
