Tijdens het Internationaal Festival voor Sociale Huisvesting (2025) in Dublin, klonk één duidelijke boodschap: wie werk wil maken van het beëindigen van dakloosheid, moet massaal investeren in sociale huisvesting. Europese ervaringen tonen aan dat de Housing First-aanpak zonder voldoende sociale woningen zijn kracht verliest.
Dakloosheid: een structureel falen, geen individueel probleem
Dakloosheid wordt nog te vaak voorgesteld als een individueel probleem, het dramatische gevolg van verkeerde keuzes of persoonlijke tegenslagen. De Europese ervaringen die werden gedeeld op het Internationaal Festival voor Sociale Huisvesting in Dublin in 2025 tonen echter een ander beeld: dakloosheid is een structureel probleem. Het is het gevolg van een falend woonbeleid.
Een gedeelde vaststelling op Europees niveau
Vanuit die vaststelling ging het festival in Dublin van start. Dakloosheid werd erkend als een grote uitdaging in alle Europese landen. Overal is het woningaanbod er onvoldoende, onbetaalbaar en te sterk overgelaten aan de logica van de private markt.
Eén gezamenlijke ambitie stond centraal: wie dakloosheid wil beëindigen, moet massaal investeren in sociale huisvesting. Het succes van Housing First overal in Europa toont aan dat wonen het beginpunt is van herstel. Dit veronderstelt toegang tot kwaliteitsvolle en betaalbare woningen.
Het Finse voorbeeld: hoe sociale huisvesting het verschil maakt
In Helsinki liggen de huurprijzen van sociale woningen bijvoorbeeld ongeveer 25% lager dan op de private markt, en de overheid bezit er bijna 70% van de stadsgrond. Dat zorgt voor een snelle toegang tot wonen, meer woonzekerheid en een sterke preventie van terugkeer naar dakloosheid.
Het is dan ook geen toeval dat Finland vaak wordt genoemd als pionier in de strijd tegen dakloosheid: sociale huisvesting vormt er een centrale pijler van het overheidsbeleid.
Zonder sociale huisvesting blijft Housing First een slogan
Tijdens het festival werd duidelijk dat Housing First zonder sociale huisvesting dreigt te verworden tot een slogan. Steden als Dublin, Lissabon en Barcelona, die kampen met een tekort aan sociale woningen, bevestigden dat zelf. Wanneer de private markt vrij spel krijgt zonder voldoende regulering, nemen woononzekerheid en dakloosheid toe.
Tijdens een van de presentaties werd symbolisch verwezen naar de oorsprong van het woord “stad”, afgeleid van het Latijnse “civitas”, wat “burgers” betekent. Een stad is in de eerste plaats een plek voor haar inwoners. Sociale huisvesting garanderen, betekent het recht op wonen garanderen.
Investeren in sociale huisvesting: winst voor de hele samenleving
Landen en regio’s die bewust investeren in sociale huisvesting beschermen het recht op wonen. Wenen is het bekendste voorbeeld: bijna één op twee inwoners woont er in een publieke, sociale woning.
Die investering heeft brede maatschappelijke gevolgen: meer sociale diversiteit, regulering van woonprijzen voor de hele bevolking en extra werkgelegenheid. Sociale huisvesting is een collectieve investering die bijdraagt aan degelijk wonen voor iedereen.
Sociale huisvesting is ook een krachtig preventie-instrument. Ze beschermt de meest kwetsbare groepen, beperkt de commercialisering van wonen en biedt stabiliteit in een steeds onzekerder wordende private woningmarkt.
Welke lessen voor België?
Ook in België moeten we lessen trekken uit deze Europese ervaringen. Brussel, dat wordt geconfronteerd met een ernstige wooncrisis, heeft gekozen voor een quota aan sociale woningen voor mensen in dakloosheid. Dat maakt één ding duidelijk: zonder bindende doelstellingen blijft wonen een handelswaar en blijft de strijd tegen dakloosheid een dode letter.
In Wallonië ontbreken dergelijke maatregelen nog. Straatverplegers pleit ervoor om ook daar een quota in te voeren, gekoppeld aan voldoende middelen voor begeleiding en een betere erkenning van organisaties op het terrein. Binnen Housing First zijn toegang tot wonen en begeleiding onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Een einde aan dakloosheid vraagt politieke keuzes
Dakloosheid is mede het gevolg van een tekort aan woningen. Europese ervaringen tonen aan dat Housing First pas echt werkt wanneer het steunt op een toegankelijk, betaalbaar en duurzaam aanbod aan sociale huisvesting. Wonen is geen beloning aan het einde van een integratietraject, maar de voorwaarde om eraan te kunnen beginnen.
Dat zijn politieke keuzes. België kan beter dan onder de 10% sociale woningen blijven. Maak van sociale huisvesting een prioriteit en voer een quota in voor mensen in dakloosheid.
