Elk jaar weer klinkt dezelfde alarmkreet. Op het terrein zijn we er niet langer verbaasd over, maar herhalen we steeds weer dezelfde mantra: we mogen er vooral niet aan wennen.

Want achter dit cijfer gaan, laten we dat niet vergeten, 18.800 mensen schuil die dagelijks hun recht op woonst met voeten getreden zien, 18.800 mensen die geconfronteerd worden met het geweld van de straat en de onzekerheid van morgen.

Dit alarmerende cijfer komt naar voren uit de telling die afgelopen oktober werd georganiseerd door het Waals Observatorium voor Dakloosheid, in samenwerking met organisaties uit de sector en het team van CIRTES (UCLouvain). Het gaat om een schatting, opgesteld op basis van een onderzoek in drie gebieden – Doornik-Moeskroen, Huy-Waremme en het Luikse bekken – en aangevuld met gegevens die in voorgaande jaren in andere gebieden werden verzameld.

Dankzij een gemeenschappelijke telmethodologie tussen de Brusselse, Vlaamse en Waalse regio’s wordt het beeld van dakloosheid in het hele land elk jaar scherper. Zo maakte Vlaanderen eind maart 2026 de cijfers bekend: 20.363 dakloze mensen op het Vlaamse grondgebied, een cijfer dat duidelijk stijgt. Voor Brussel werden in 2024 bijna 10.000 mensen geteld; cijfers die in oktober van dit jaar zullen worden bijgewerkt.

5.031 kinderen: dakloosheid en slechte woonst treffen ook minderjarigen

Van de 18.800 personen zijn er 5.031 minderjarigen, ofwel 27% van de getelde populatie, een aandeel dat vergelijkbaar is met dat in Vlaanderen.

Op nationaal niveau zijn er dus 13.000 kinderen die dakloos zijn of in slechte woonst leven. Een schokkend cijfer, dat een onaanvaardbare realiteit blootlegt: geen enkel kind zou op straat moeten opgroeien. Het is onmogelijk om je te ontwikkelen in een klimaat dat gekenmerkt wordt door onzekerheid en de stress van een dagelijks leven dat draait om het zoeken naar onderdak, voedsel en een schijn van veiligheid. Voor deze kinderen zullen de politieke keuzes die vandaag worden gemaakt, bepalend zijn voor de volwassenen die zij morgen zullen worden.

Complexe trajecten: jeugdhulp, jongvolwassenen en geestelijke gezondheid

Het onderzoek brengt complexe trajecten aan het licht, bezaaid met geweld dat zich op alle niveaus herhaalt. Wanneer het jeugdhulpsysteem moeite heeft om duurzame bescherming te bieden, getuigen de mensen die we begeleiden van onsamenhangende levens, waarbij ze van centra naar opvangtehuizen en van pleeggezinnen naar instellingen gaan. Zodra ze meerderjarig zijn, worden de kinderen van gisteren – nu volwassenen – in een institutioneel vacuüm gedropt, waar de grijze zones van de sociale zekerheid er niet in slagen hen een laatste vangnet te bieden. Zo is 20% van de dakloze mensen en mensen in slechte woonst tussen 18 en 25 jaar oud.

De versnippering van hun levensloop maakt dan plaats voor psychische versnippering, met blijvende gevolgen voor de geestelijke gezondheid. De studie van het Observatorium sluit hier aan bij de bevindingen op het terrein: in de levensgeschiedenis van sommige dakloze mensen vinden we verblijven in de psychiatrie, trajecten in detentie en de ontwikkeling van verslavingen terug; want het leven op straat tast aan en laat diepe sporen na, zowel op het lichaam als op de geest.

Specifieke kwetsbaarheden: vrouwen, verborgen dakloosheid en geweld

Een andere opvallende ontwikkeling is het groeiende aandeel van vrouwen onder de dakloze mensen. Zij vertegenwoordigen vandaag ongeveer een derde van de betrokken bevolking in Wallonië, met pieken tot 43% in bepaalde regio’s.

Volgens Martin Wagener, onderzoeker bij het CIRTES-team, neemt het aandeel vrouwen steeds verder toe. Enerzijds omdat er maatregelen worden genomen voor deze specifieke doelgroep, waardoor een deel van de “verborgen dakloosheid” zichtbaar wordt. Bij Straatverplegers is gender bijvoorbeeld een van de criteria die van invloed zijn op de instroom in begeleiding, om beter rekening te houden met de discriminatie die hiermee gepaard gaat.

Maar het komt ook doordat vrouwen de ontwikkelingen van de afgelopen jaren volop ondervinden: zij staan in de frontlinie van de toenemende bestaansonzekerheid in de samenleving, de stijging van de kosten van levensonderhoud en de toename van intrafamiliaal geweld. Dit cijfer is een indicator van een samenleving die moeite heeft om voor al haar leden te zorgen. Het ongewijzigde beleid van de Arizona-regering zal een reeds bestaand fenomeen versterken: door de pensioenen aan te vallen, langdurig zieken weg te duwen en de toegang tot werkloosheidsuitkeringen te beperken, zullen vrouwen – oververtegenwoordigd in deeltijds werk en niet-lineaire loopbanen – als eersten getroffen worden.

Toch getuigen de vrouwen die wij begeleiden: op straat lopen zij een groter risico op agressie en gendergerelateerd geweld. Sommigen ontwikkelen overlevingsstrategieën, bijvoorbeeld door een meer mannelijke genderexpressie aan te nemen of door hun toevlucht te zoeken bij naasten. Zo stijgt, nog steeds volgens de studie, het aantal vrouwen dat bij derden wordt opgevangen in Wallonië explosief. Maar in deze opvang in beslotenheid is het risico op uitbuiting groot. Veel vrouwen melden dat ze slachtoffer zijn geworden van geweld terwijl ze hun toevlucht hadden gezocht bij bekenden.

Sociale woningen, Housing First en begeleiding: een antwoord op de uitdaging

Bij elke telling is de conclusie dezelfde: de cijfers zijn onaanvaardbaar. En toch is het antwoord van de organisaties in de sector altijd hetzelfde: dakloosheid is geen onvermijdelijkheid. Er bestaan oplossingen, en die hebben zich in het buitenland al bewezen. We kunnen het niet vaak genoeg herhalen: de gezondheids- en sociale sectoren moeten worden versterkt om te voorkomen dat mensen op straat terechtkomen, maar bovenal is er nood aan woonst en begeleiding.

Woonst, want het einde van dakloosheid kan alleen worden bereikt met ambitieus woonbeleid. Woonst is een plek om te landen en tot rust te komen; een plek waar zorg kan worden georganiseerd en gecoördineerd; een plek om te slapen, te dromen en nieuwe perspectieven te ontwikkelen. Gezien de crisis in betaalbare huisvesting moet er worden geïnvesteerd in sociale woningen, maar moet er ook worden nagedacht over toegang voor de meest kwetsbare mensen. Op straat raken brieven zoek door veranderingen van territorium, sluiten inschrijvingen zonder herinnering en verliezen mensen hun plaats op lange wachtlijsten. Bij Straatverplegers pleiten we voor prioritaire toegang tot sociale woningen voor dakloze mensen, zodat zij hun recht kunnen doen gelden.

Begeleiding, want achter de cijfers laat de telling vooral de complexiteit van de trajecten zien. Elke week hebben onze teams op het terrein in Luik moeite om alle vragen die binnenkomen te beantwoorden. Volgens de studie komen in het Luikse bekken bijna 280 mensen in aanmerking voor Housing First-begeleiding. Tegelijk worden onze teams geconfronteerd met enorme uitdagingen: overbelasting van de OCMW’s, beperkte toegang tot een fatsoenlijk inkomen door de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen, verzadiging van behandelingsplaatsen en ziekenhuisbedden, en een steeds vijandiger opvangbeleid. De huidige afbouw van sociale rechten maakt het werk van maatschappelijk werkers er niet eenvoudiger op. Zij worden gedwongen de tekortkomingen op te vangen van een systeem dat een deel van de bevolking in de steek laat. Bij Straatverplegers vragen we een financieringsgarantie voor begeleidingsstructuren en de verankering van Housing First in Wallonië.

Twee jaar geleden schreven we het al: de bevindingen zijn alarmerend en de tijd dringt.

Vandaag is er niets veranderd. Elke dag verzamelen 18.800 mensen in Wallonië hun moed om het gebrek aan een thuis het hoofd te bieden. We hebben even moedige overheidsmaatregelen nodig, die recht doen aan deze mensen die vechten voor hun dagelijks overleven.

Door de geestelijke gezondheid te ondersteunen, maak je het echt mogelijk om uit de straat te halen.