Sociaal werk veiliger maken betekent collectieve bescherming versterken
28 april is de Werelddag voor veiligheid en gezondheid op het werk.
Hoewel deze datum een gelegenheid is om deze essentiële thema’s onder de aandacht te brengen, houden reflecties over gezondheid en veiligheid op het werk onze teams al enkele maanden bezig. Meer in het algemeen lopen deze vragen doorheen onze tijd en maken ze deel uit van een bredere context, van een narratief dat ook door onze politieke verantwoordelijken wordt gedragen. Zo komt het woord “veiligheid” 300 keer voor in het Arizona-regeerakkoord, vier keer meer dan in het vorige akkoord1.
Bij Straatverplegers heeft deze kwestie ons, net als veel andere organisaties uit de sector, sterk beziggehouden. Maar toen we samen de tijd namen om na te denken over hoe we ons veilig konden voelen op het werk en zorg konden dragen voor onze gezondheid, zowel mentaal als fysiek, kwamen er ook moeilijke vragen naar boven. Onder meer over de agressiviteit waarmee onze teams soms geconfronteerd worden tijdens hun begeleidingen.
Toen we hierover nadachten, beseften we al snel dat dit niet kon zonder ook stil te staan bij de oorsprong van geweld. In ons dagelijks werk zien we het: geweld is vaak het laatste redmiddel van mensen die voordien op alle deuren hebben geklopt, jarenlang geweld hebben ondergaan zonder ooit te reageren, en op een dag een daad stellen, een woord uitspreken, opdat het zou stoppen. Hélder Câmara herinnerde eraan dat er drie soorten geweld bestaan, maar dat “de eerste, moeder van alle andere, het institutionele geweld is, dat overheersing, onderdrukking en uitbuiting legaliseert en in stand houdt”2. Het is dit geweld dat andere vormen van geweld voortbrengt, als reactie op de ervaren discriminatie.
Wanneer bestaansonzekerheid de sluimerende rode draad van een leven wordt, wanneer levens beschadigd raken onder de onverschillige blikken van voorbijgangers, wanneer de deuren van instellingen resoluut gesloten blijven, wanneer sociale rechten ontoegankelijk worden, dan is geweld overal, altijd. Op het asfalt, in de straten, maar vooral in het hart van onze instellingen zelf.
Ook in de handelingen die wij als werknemers stellen: in het symbool van een telefoon die we opnemen in de plaats van de persoon zelf, aan het loket van het ziekenhuis dat ervoor kiest om met ons te spreken en niet met haar, wanneer we onaangekondigd bij iemand thuis aankomen met onze administratieve urgenties, wanneer een zorginstelling haar kandidatuur weigert omdat haar “situatie” te ingewikkeld is. Op een dag schreef een patiënte ons een brief waarin ze ons eraan herinnerde dat tegen onze gesprekspartner zeggen “ik ben niet beschikbaar, ik ben op het terrein” een vorm van geweld is. Onze ontmoetingsruimtes zijn geen oorlogsgebieden; onze woorden kwetsen dagelijks, vaak zonder dat we het beseffen; onze praktijken kunnen betuttelend of oordelend zijn, en instellingen die zorg willen bieden, kunnen op hun beurt dragers van geweld worden.
Praten over agressiviteit bij de mensen die we begeleiden kan dus niet zonder na te denken over een samenleving die steeds gewelddadiger en uitsluitender wordt, en over instellingen die daarnaar handelen. Het systemische geweld dat onze patiënten ondergaan, wanneer het nergens terechtkan, ontploft bij de enige mensen die nog luisteren: sociaal werkers.
In een recent artikel op de website van het CBCS had l’Entraide de Saint-Gilles het over een inbraak in hun kantoren, waarbij een handgeschreven briefje werd achtergelaten: “sorry, ik moet mijn mama helpen, ze is ziek”. L’Entraide vroeg zich af wat deze daad zegt: “wat zegt dit over een samenleving waarin een zieke persoon niet waardig geholpen kan worden, tot op het punt dat een naaste moet stelen om in essentiële behoeften te voorzien?”3
De actualiteit is de laatste tijd inderdaad bijzonder geladen. Nieuwsfeiten zijn bijzonder geschikt om morele paniek te veroorzaken, waarop het antwoord vaak beperkt blijft tot de inzet van politie en justitie. Het is uiteraard essentieel om geweld niet te normaliseren, ook wanneer het de vorm aanneemt van micro-agressies: we moeten het kunnen herkennen, ermee aan de slag gaan en een aangepast antwoord bieden. Toch wilden onze teams er ook aan herinneren dat repressie, de versterking van het strafrechtelijk arsenaal, langere gevangenisstraffen of, op kleinere schaal, uitsluiting uit diensten of hogere toegangsdrempels nooit zullen toelaten om een zachtere samenleving op te bouwen, noch om ons veiliger te voelen op het werk.
Te vaak was repressie het antwoord op het onveiligheidsgevoel van Belgen. In de Brusselse gewestelijke beleidsverklaring spreekt de regering over het “beveiligen van de stationsomgevingen”, het opzetten van “bewakingspatrouilles” en het aanstellen van een “gewestelijke drugscommissaris”4. Toch legt Jérôme Van Ruychevelt uit dat “onveiligheid zich niet beperkt tot criminaliteit: ze is sociaal, ecologisch en economisch”. Hij benadrukt dat een harde repressie van criminaliteit “altijd meer criminaliteit creëert, net zoals de ontmanteling van de sociale staat armoede creëert, een vruchtbare voedingsbodem voor criminaliteit”5. Volgens hem wordt onveiligheid veroorzaakt door de verzwakking van collectieve bescherming en door de verarming van de samenleving, en is die toegenomen door de recente hervormingen van pensioenen en werkloosheid. De laatste Sociale Barometer van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad, verschenen in april van dit jaar, geeft aan dat het armoederisico voortaan een kwart van de Brusselse bevolking treft6.
Wanneer de gewestelijke beleidsverklaring spreekt over de ontwikkeling van een strategie die “repressie en preventie” combineert7, kunnen wij dus alleen maar benadrukken hoe belangrijk het is om de middelen niet naar de eerste, maar naar de tweede te laten overhellen: preventie. De verklaring vermeldt bovendien dat de regering, om verslavingsproblematieken aan te pakken, zal toezien op “de ontwikkeling van gecoördineerde oplossingen die psychosociale begeleiding, toegang tot huisvesting en continuïteit van zorg combineren”8.
Dat is de richting die we moeten uitgaan. De samenleving beveiligen betekent de mazen van het sociale vangnet nauwer maken, een ambitieus huisvestingsbeleid ontwikkelen, de opvang organiseren van mensen zonder verblijfsrecht, en mensen die op straat leven onderdak bieden. Veiligheidsbeleid kan ook vertrekken vanuit het garanderen van woonzekerheid. Het is dringend nodig om de nodige middelen toe te kennen voor de ontwikkeling en renovatie van het sociale woningbestand, en voor de regulering van de huurprijzen, zodat het recht op huisvesting eindelijk effectief wordt voor iedereen.
Het is ook dringend nodig om de sociale instellingen veiliger te maken door hun middelen te versterken. De recente sluitingen van de Humanitaire Hub, het Athena-centrum en de Cover-teams zijn stuk voor stuk aanvallen op onze organisaties, die de druk op onze teams vergroten.
Tot slot vraagt zorg dragen voor hun gezondheid en veiligheid op het werk om meer personeel, maar ook om erkenning van de gezondheids- en sociale beroepen, en om de waardering van de lonen van werknemers die zich elke dag inzetten voor de zorg voor anderen.
Het geweld is er: latent, groeiend naarmate de sociale staat wordt afgebouwd. Nochtans is het via een beschermende staat dat we ons veilig zullen kunnen voelen in onze beroepen. Niet door middelen te investeren in bewakers, gevangenisplaatsen, camera’s, de activering van armen, de jacht op fraudeurs of de uitsluiting van bepaalde bevolkingsgroepen, maar door middelen toe te kennen aan de basis.
Bronnen
- 1 Dit, indien men de term “sociale zekerheid” buiten beschouwing laat
- 2 Câmara, H. (1970). Spiraal van geweld. Paris: Desclée de Brouwer
- 3 CBCS. (16 april 2026). “Sorry, ik moet mijn mama helpen, ze is ziek”. Lees het artikel
- 4 Brusselse Hoofdstedelijke Regering. (2024). Gewestelijke beleidsverklaring 2024-2029. Bekijk het document
- 5 Van Ruychevelt Ebstein, J. (2025). Download PDF
- 6 Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad. (2026). Sociale barometer 2025. Bekijk de publicatie
- 7 Brusselse Hoofdstedelijke Regering. (2024). Gewestelijke beleidsverklaring 2024-2029. Bekijk het document
- 8 Brusselse Hoofdstedelijke Regering. (2024). Gewestelijke beleidsverklaring 2024-2029. Bekijk het document
