De ontmoeting
We ontmoeten mevrouw in september 2022, nadat een collega uit het netwerk haar bij ons heeft aangemeld. Ze leeft sinds 2017 op straat, in een station waar ze onderdak heeft gevonden nadat haar ex-partner haar op straat had gezet.
Ze vertelt ons veel over haar land van herkomst, over de warmte, de oceaan en het eten.
Ze droomt ervan om terug te keren, maar niet zonder haar kinderen.
Al snel herkent ze ons telkens wanneer we langskomen en herinnert ze zich onze gesprekken. Beetje bij beetje stelt ze zich open, stelt ze ons vragen over ons leven en ontstaat er een vertrouwensband.
Voor jezelf zorgen
Hygiëne wordt al snel een moeilijk onderwerp. Mevrouw heeft een sterke urinegeur, maar weigert erover te praten en reageert afwijzend wanneer we het onderwerp aansnijden. Uiteindelijk wordt haar zelfs de toegang tot bepaalde cafés geweigerd.
Pas in januari 2024 stemt ze ermee in om bij ons in de auto te stappen en een sanitaire ruimte te ontdekken. En dan, verrassing: ze vindt het er geweldig. De koffie, de soep, de netheid, de grote douche en de kleine hygiëneproducten bevallen haar erg. We ontdekken vooral een heel verzorgde vrouw die ervan houdt om voor zichzelf te zorgen. Ze keert er verschillende keren terug.
Vanaf dan kunnen we ook haar gezondheid ter sprake brengen. Ze heeft enorm veel pijn aan haar knieën en stemt er uiteindelijk mee in om een arts te ontmoeten en vervolgens een röntgenfoto te laten maken. De diagnose volgt: ze heeft artrose.
We ontdekken ook dat ze niet in orde is met haar ziekenfonds. Na verschillende gesprekken aanvaardt ze onze hulp om haar sociale rechten opnieuw in orde te brengen.
Een lange winter
Aan het einde van de zomer zet een slecht gecommuniceerde wijziging in de agenda de relatie onder druk. Ze is niet klaar voor de afspraak bij het OCMW, voelt zich niet presentabel en weigert mee te gaan. Daarna vertelt ze ons dat ze de arts niet meer wil zien.
De maanden die volgen zijn moeilijk. We blijven het contact onderhouden zonder haar onder druk te zetten. De winter komt eraan en haar gezondheidstoestand gaat achteruit. In de stationshal wordt de koude steeds moeilijker om te verdragen.
We maken ons zorgen, maar mevrouw blijft ons zeggen dat alles goed gaat.
De lente
Enkele dagen na het begin van de lente wordt haar toestand kritiek. Ze ademt moeilijk, is gedesoriënteerd en verward. Wanneer we haar deze keer voorstellen om een ambulance te bellen, stemt ze ermee in.
Ze blijft anderhalve maand in het ziekenhuis. Het begin verloopt moeilijk: ze wantrouwt de zorgverleners, weigert bepaalde zorg en heeft moeite om hen te vertrouwen. Dankzij de bezoeken en de samenwerking met het ziekenhuisteam wordt de situatie geleidelijk rustiger.
Ze wordt sterker, begint opnieuw te lopen en te glimlachen. Ze stelt onze bezoeken op prijs, ook al wil ze vaak liever terug naar haar televisie en vraagt ze ons: « Is het goed? Zijn jullie klaar? »
Na acht jaar op straat ontdekt ze het comfort van een bed en een kamer. Maar vooral beseft ze dat ze niet meer op straat wil leven.
« Mevrouw, zou u ermee akkoord gaan…? »
We stellen haar vervolgens voor om naar een residentie te verhuizen.
Ze stemt ermee in.
Met de hulp van de maatschappelijk werkster van het ziekenhuis wordt snel een ontmoeting georganiseerd. Na enkele stappen en de aanstelling van een bewindvoerder kan mevrouw eindelijk haar intrek nemen in de residentie.
Ze vindt er een veilige plek en begint er stilaan haar draai te vinden. Ze praat nu al over haar wens om op een dag haar eigen woonst te hebben.
Het is niet altijd gemakkelijk, ze behoudt haar karakter en haar gewoontes, maar ze is er. En na acht jaar op straat is dat al een enorme stap.
Onze collega en arts Pierre (✞) heeft ons vaak geholpen om vol te houden op momenten waarop de vertrouwensband kwetsbaar leek te worden. Hij herinnerde ons eraan dat traagheid deel uitmaakt van de begeleiding. Bij mevrouw moesten we aanvaarden dat we op haar tempo vooruitgingen.
Vandaag verblijft ze in een residentie.
En voor haar verhuis had ze zich natuurlijk helemaal mooi gemaakt, als een bloem.
Beetje bij beetje bouwt een vogel zijn nest.
- Inès, maatschappelijk werkster in Luik
Steun Straatverplegers en ons werk op het terrein.
--
(*) We stellen alles in het werk om het privéleven van onze patiënten en ons beroepsgeheim te respecteren. Maar we willen toch laten zien hoe ze moeten overleven en hoe we samen aan hun herintegratie werken. Daarom verwijderen of veranderen we opzettelijk namen van plaatsen en personen - en geven we belevenissen een andere context. Tussen de foto’s en de verhalen bestaat geen enkele directe band.
