Ik zie in Luik allerlei soorten kampeerplaatsen opduiken.

Als ik vroeger langs die dakloze mensen liep, ging er van alles door mijn hoofd. Ik zag ze rondzwerven, hier en daar een plaatsje bezetten, maar nooit definitief. Een lichaam bij een garage-ingang, iemand zien bewegen die onder een deken ligt te ademen, spullen opgestapeld in een hoek, een stuk karton in een portiek… Duidelijk zichtbare sporen van armoede, maar steeds van tijdelijke aard.

Die kampeerplekken bestonden waarschijnlijk al toen ik beter op die armoede begon te letten. Maar ik zag er alleen de tijdelijke aard van: ongetwijfeld aanwezig, maar weinig sporen achterlatend. Alsof het ging om voorbijgaande armoede, terwijl we weten dat die diep verankerd zit en dat de getroffen personen jarenlang op straat kunnen leven.

Al enige tijd kijk ik nu nog nadrukkelijker naar de realiteit van die kampeerplaatsen, die links en rechts in mijn stad, min of meer verborgen, opduiken. Ik ontdek plekken waar mensen wonen. Echte woonplaatsen waarnaar ze iedere avond terugkeren, waar ze de dag kunnen doorbrengen. Sommigen vestigen zich in hun eentje, anderen als koppel of in een groep in meerdere tenten. Je ziet ze in alle mogelijke combinaties.

Er zijn mensen die al lang op straat leven en die besluiten om zich, op hun manier, te settelen. Je ziet ook jongeren die dat doen, met of zonder papieren, met of zonder toekomstperspectief en huisvesting. Meestal zonder.

Die plekken waar van alles gebeurt (slapen, koken, eten, rommel bewaren) schudden in mij veel wakker. Want terwijl ik eerst dacht dat dakloze mensen steeds van plaats veranderen en weinig sporen achterlaten, zie ik er nu die zich een tijdlang op een plek vestigen.

Ik vraag me af wat die mensen ertoe brengt. Wellicht is het manier om met het weinige dat ze hebben een “thuis” te maken. In de berusting: “ik ga een tijdje op straat leven”. Een manier om zich zichtbaar te maken en/of een eigen rustig, beschut plekje te creëren. Sommigen laten zich zien, anderen houden zich schuil. Sommigen worden opstandig, anderen houden zich koest. Een manier om zich te laten zien als een middel om te verdwijnen.

Iedereen maakt keuzes, wetend dat het er eigenlijk geen zijn.

Als iemand zich min of meer definitief vestigt, betekent dat niet dat z/hij niets anders wenst. Het is alleen een andere manier om op straat te leven.

Ik zie kleren op boomtaken en touwen drogen, een vuilnisbak in een hoek, een plek waar gekookt wordt, stoelen, tafels, pannen, voedsel, persoonlijke spullen…Er staan vaak barricades rond die plekken: als bescherming, als verdediging, waar men veiligheid vindt, zich schuil kan houden. Kortom, een leven waar je veel vraagtekens bij moet zetten.

Kunnen we de mensen op die manier laten leven zonder op zijn minst onze hulp te tonen en hun een uitweg te bieden?

Natuurlijk maken we geen onderscheid in onze hulp tussen de mensen die steeds op andere plekken verblijven en hen die een vaste kampeerplek hebben.

Maar wat de  situatie ook is, ik voel ik me er slecht bij.

Het is heel moeilijk om de gevoelens te beschrijven die dit alles in mij losmaakt. Maar één ding is duidelijk: ik vind het nog steeds verschrikkelijk moeilijk om die blijvende, zich vastwortelende armoede te accepteren. Die mensen verdienen dat wij hun een uitweg naar een waardiger leven bieden, met een dak boven het hoofd, en hen weer op de been helpen zodat ze hun leven weer kunnen opbouwen.

Als ik dit soort situaties zie, wil ik met die mensen kennis maken, ontdekken wat ze zouden willen doen en bereiken, een veilig en beschut leven met hen opbouwen, hoeveel tijd daar ook voor nodig is.

Rondzwerven of op een vaste plaats blijven, zichtbaar of (bijna) onzichtbaar,  verborgen of voor het oog van iedereen, spullen vergaren of alles achter zich laten, iedere avond in een ander portiek slapen of in een tent die steeds weer verplaatst moet worden, in een kraakpand waar niemand je ziet of op een pragmatisch ingerichte kampeerplek – al die manieren om op straat te leven verwijzen naar dezelfde realiteit: armoede die eigenlijk niet zou moeten bestaan en die de samenleving negeert of zelfs te vaak accepteert.

Gelukkig kan ik mijn bijdrage leveren om die mensen weer een vast tehuis te geven met een organisatie die zich op velerlei manieren inzet om de dakloosheid uit te roeien.

  • Estelle, maatschappelijk werkster bij de afdeling Luik