De droom om zijn familie terug te zien

Meneer M.*, die door het MyWay-team wordt begeleid, had een droom: terugkeren naar zijn geboorteland, Marokko. Zijn moeder en zus terugzien, die hij elke week belt.

Maar naar Marokko reizen, was voor het team geen eenvoudige opdracht. Meneer heeft wekelijks ziekenhuiszorg nodig. Daarom moest zijn hele netwerk op de hoogte worden gebracht, zodat het ziekenhuis waar hij in Brussel naartoe gaat een ziekenhuis voor hem kon vinden in Marokko.

De eerste stap was geslaagd: er werd een ziekenhuis gevonden en zijn dialyses konden gedurende één maand zonder bijkomende kosten doorgaan.

Eén maand is dus de periode waarin meneer op reis kan gaan.

Er wordt een budget vrijgemaakt. Meneer M. heeft het geld, nu moeten alleen de tickets nog worden geboekt.
 

Een telefoontje dat het vertrek mogelijk maakt

De vertrekdatum komt dichterbij, maar het ticket is nog niet geboekt. We moeten meneer ontmoeten om zijn tickets te boeken. Die dag is er echter geen Amazigh-tolk beschikbaar. Meneer is namelijk Berber, spreekt niet zo goed Frans en de communicatie verloopt voornamelijk via tolken. Die tolken zijn moeilijk te vinden, omdat ze met weinig zijn.

Dan herinneren we ons een gesprek met een van onze collega’s. Een collega die niet in een terreinteam werkt, maar wel Amazigh spreekt.

Tijdens een ontmoeting wordt er gebeld en onze collega praat met meneer M. Aan het einde van het gesprek zijn de tickets geboekt.

Meneer M. vertrekt op een zaterdag. We zijn er dus niet om hem naar de luchthaven te begeleiden. Maar meneer vertrekt. Een maand lang horen we niets van hem.

Wanneer meneer M. terugkomt, staat er een glimlach op zijn gezicht die we maar zelden hadden gezien. Hij is gelukkig dat hij zijn familie opnieuw heeft kunnen bezoeken en de plaatsen die hij kent heeft kunnen terugzien.
 

l
- Verhaal van Charlène, sociaal werkster bij MyWay 

Help ons onze missies uit te voeren

--

(*) We stellen alles in het werk om het privéleven van onze patiënten en ons beroepsgeheim te respecteren. Maar we willen toch laten zien hoe ze moeten overleven en hoe we samen aan hun herintegratie werken. Daarom verwijderen of veranderen we opzettelijk namen van plaatsen en personen - en geven we belevenissen een andere context. Tussen de foto’s en de verhalen bestaat geen enkele directe band.