Als we vandaag bij haar aankomen, verbergt Mevrouw A haar gezicht in haar handen. Ze kreunt, ze huilt. Een ijzige wind teistert de binnenplaats waar we zitten en maakt de sfeer nog troostelozer. Niemand ontsnapt aan het lijden. Ik weet het. Als sociaal werkster, als iemand die zich inzet tegen alle vormen van ellende. Ik voel mee met haar leed, iedere keer dat ze me met haar gezwollen ogen aankijkt.

Geconfronteerd met heel pijnlijke situaties, improviseren we. Hoe? Ik weet het niet. Soms heb ik geen antwoord op mijn eigen vragen.

In dat opzicht is Mevrouw A waarschijnlijk sterker dan ik. Dan reageert ze met “waar ben je bang voor?” Of met “wat wil je in het leven?”. 

Dan komt het moment dat ze schuchter haar meest intieme droom bovenhaalt. “Ik weet dat het gek is”, zegt ze blozend, “maar ik zou opnieuw een woning  willen bezitten”.

Ik weet dat er een project in de maak is om sociale woningen aan te kopen. De droom van Mevrouw A lijkt me daarom op middellange termijn te verwezenlijken. Des te meer omdat ze er zich steeds meer voor inspant. We schrijven ons in voor de informatievergadering over dit project. Het gezicht van Mevrouw A straalt.

Voor mij is deze ontmoeting ongetwijfeld de opmerkelijkste in mijn werk. Toen ik haar eens tijdens een ronde in een inrichting van Samusocial tegenkwam, was ze al zover om te zeggen dat ze eigenares van haar woning wilde worden. Niet bepaald een project dat verenigbaar lijkt met de toestand van iemand die dakloos is.

Als organisatie geeft Straatverplegers me de ruimte en de nodige tijd om dit doel te bereiken. Het is immers in deze optiek dat we de afdeling My Way hebben opgezet. De bedoeling is een extra stap te zetten, uit de logica van “dagelijks overleven” te breken en “levensprojecten” te ondersteunen waarin onze gehuisveste patiënten welvaart en zin in het leven kunnen vinden.

Is dat niet ook de rol van de zogenaamde “begeleidingsteams”?

Fiona, verantwoordelijk voor huisvesting in de afdeling My Way

Foto © Emilie Marchandise