Vandaag heb ik met mijn collega’s in Luik een patiënt  bezocht. Ik ben er met de trein naar toe gereisd met een afspraak in het station Guillemins. Deze stad ken ik niet goed en nog minder de personen die Straatverplegers begeleidt.

We gaan Meneer J. in zijn woning op enkele minuten afstand opzoeken. We hadden geprobeerd hem van ons bezoek te verwittigen maar konden hem niet bereiken. Nu proberen we het dus maar op goed geluk.

Er komt geen antwoord als we een paar keer aanbellen. Maar dan wordt de deur onverwacht toch geopend - door een vriend van onze patiënt.

Eind aan dakloosheid

Meneer J . ligt in bed en het gaat hem vandaag niet al te best. De nacht was chaotisch en hij voelt zich allesbehalve goed.

Maar ondanks dat is hij voor een praatje beschikbaar. We  vragen hem hoe het gaat en we bekijken samen hoe we hem op deze moeilijke dag het beste kunnen ondersteunen en helpen.

Hij lijkt uitgeput maar blijft zeer hartelijk tegenover ons.

Na zoveel jaren ben ik nog steeds verrast over de manier waarop de patiënten ons verwelkomen.

We komen vaak onaangemeld en soms op momenten dat ze geen enkele zin in een gesprek hebben, of om mensen te zien en allerlei stappen te ondernemen.

En toch ontvangen deze mensen ons meestal bij zich thuis, in hun persoonlijke sfeer, om een paar ogenblikken samen door te brengen.

Dat geeft me een warm gevoel.

En soms vraag ik me af wie er meest van profiteert.

Meer weten over hoe we werken?